Nieuws & Reportages > 2014 > 04

  • 23
  • apr
Reportage

De beslissing van de Vlaamse Regering om voor het BAM-tracé te kiezen, deed heel wat (fijn) stof opwaaien. Sindsdien schieten tegenoffensieven van actiegroepen uit de grond. Daarbij enkele mooie pleidooien voor een overkapping van de Antwerpse Ring. Ringland is er een van. Susta-lid en architect Ken Dupont (DAM Architecten) tekende in 2012-2013 de voorloper uit met “Antwerpen Ecopolis, opportuniteiten van een overkapte Ring”.

Een stappenplan

“Deze studie is geen masterplan, maar een stappenplan (transitie). Niet alles wordt vastgelegd, het is eerder een visievorming met mogelijke opties. Er zijn opzettelijk open punten. Hierdoor kan het geheel organisch &en flexibel evolueren volgens de noden van elke generatie. Denk maar aan de huidige problematiek van de scholenbouw omwille van de stijgende bevolking. Het is zeker niet de bedoeling het projectgebied programmatorisch vol te steken. De studie wil niet volledig zijn, wel cross-over denken tussen de verschillende thema’s, en verbindingen en opportuniteiten zoeken. Het gaat om een manier van organiseren, een manier van denken, (eco-)logisch denken. Het is een ethisch charter voor een gezonde, toekomstbestendige stedenbouw.”

Enkele belangrijke peilers

1. Groen

De overkapte Ring moet een groene onderlegger vormen. Het verbindt het groen in en rond de stad met elkaar. De bermen van de oude Ring (heuvellandschap) kunnen behouden worden. De kommen die ontstaan zijn potentiële spaarbekkens, vijvers, hellingen om te sleeën, habitat van dieren, biodiversiteit, … Nieuw gewonnen groen en bestaand geoptimaliseerd groen vormen de aanzet voor ‘groene vingers’  die de binnenstad en de districten indringen. Het dak van de tunnel kan een stadsboulevard voor lokaal verkeer zijn met opgehoogde bermen. De taluds van de stadsboulevard worden gevormd door de uitgegraven grond. Die zorgen meteen voor een visuele en akoestische afscheiding.

Het hoog groen zal bestaan uit groene buffers tegen geluidsoverlast en luchtvervuiling. Er komt ruimte voor structurerend groen voor ruimtelijke herkenbaarheid, kwaliteitsvolle ruimte, schaduwplekken, … Het gezondheidsgroen heeft een luchtzuiverende en ventilerende functie. Het gaat het heat island-effect en street canyon-probleem tegen. Daarnaast is het nuttig voor de stedelijke biodiversiteit. Meer groen voor menselijke consumptie ook (volkstuintjes). Dicht bij de woningen en weg van verkeerswegen. Wist je dat tijdens de Duitse bezetting in 1915 de volkstuintjes in Antwerpen boomden? De bestaande parken worden met elkaar verbonden, zoals het Harmoniepark, dierentuin, stadspark … Groene lanen en vergroende hoogbouw kan daarbij helpen.

Moeten alle gronden een invulling krijgen? Zeker niet. Braakliggend groen, verwilderd groen, zelf sanerend groen biedt een flexibele ruimte voor volgende generaties en toekomstige noden. Het beheer van grasvelden (zoals nu langs de Ring) is intensief in onderhoud en kan best beperkt blijven. In Gent, Parijs en andere steden onderhouden schapen de bermen. Weiden met wilde bloemen zijn onderhoudsarm, zorgen voor biodiversiteit en vormen avontuurlijker speelgroen. De beheerkosten dalen en er is minder vervuiling.

2. Water

Een ecopolis gebruikt ook water als ordenend principe. De nieuwe groene ader zal beken en wadi’s bevatten die afwateren naar het Schijn en andere riviertjes. De regenwaterafvoer verloopt traag en natuurlijk. Door de overkapping van de Ring ontstaat een heuvellandschap waarbij de huidige “kommen” rond de op- en afritten spaarbekkens worden.

Grijs water rond bepaalde gebouwen, zoals scholen en kantoren, kan gezuiverd worden door rietvelden. Helofytenlandschap, heet dat. De rietvelden kunnen perfect geïntegreerd worden in het parklandschap. Waterpartijen van de oude Brialmontomwalling, zoals de Mastvest aan het Kiel en de Brilschans in Berchem, blijven geïntegreerd in de uitgebreide groene onderlegger als herinnering.

Het Lobroekdok naast het Sportpaleis en de Lotto Arena kan een HUB worden waar watertaxi’s aankomen vanuit Schoten, Wommelgem, Wijnegem, … Deze HUB wordt aangesloten op trams of bussen richting centrum en de Singeltram. Hetzelfde is mogelijk aan de zijde van de Schelde voor mensen uit de Rupelstreek. Low-wash catamarans, zoals in Londen, genereren weinig golfslag en hebben weinig infrastructuur nodig.

3. Verkeer

Een ecopolis gaat uit van het STOP-principe: stappen, trappen, openbaar vervoer, privé-vervoer. In die volgorde. Voetgangers en fietsers moeten gescheiden worden van auto’s en trams. Woonwijken aan beide zijden van de Ring worden verbonden voor het traag verkeer. Er komen radiale fiets-o-strades richting het centrum parallel aan invalswegen en aangesloten op het concentrische Singelfietspad in het groen.

Wat betreft het openbaar vervoer is een hoge frequentie van radiale tram- en buslijnen richting centrum voorzien op de invalswegen én concentrisch (Singeltram) naar andere knooppunten/stadspoorten. Deze worden aangevuld met kleinere (elektrische) bussen. Deze kunnen het fijnmaziger stratenpatroon van de stad beter indringen/bedienen op plaatsen die verder van de hoofdassen liggen en specifieke behoeften kennen (scholen, serviceflats).

De Singel als stadsboulevard voor lokaal verkeer komt bovenop de overkapte Ring. De nieuwe Singel krijgt stadspoorten op het knooppunt met de invalswegen. Deze doet dienst als hub of transit. Er wordt een randparking in voorzien, autoverhuur, autodelen, oplaadpunt elektrische auto’s, aansluiting op (frequent & comfortabel) openbaar vervoer, fietsstation, fietsverhuur, crèche (voor pendelaars), strijkdienst, kruidenier etc. Randparking en tram moeten goedkoper zijn dan de parking in de stad.

De stationsomgeving in Berchem kan een grotere HUB/stadspoort worden met parkings, kantoren, commerciële activiteiten, … (terugverdieneffecten).

4. Energie

Een ecopolis wil de vraag naar energie vermijden. Hoe? Door compact te bouwen, goed te isoleren, luchtdicht te bouwen, rekening te houden met oriëntatie en passieve zonnewinsten, collectief organiseren van energie, …

Voor de energie die nodig is, gaan we resoluut voor een mix van hernieuwbare energiebronnen. Het opwekken van energie via een biomassacentrale door vergisting van GFT-afval en snoeihout uit de omliggende woonwijken, is een oplossing. Die energie gaat dan terug naar de wijken. Korte afstanden, gesloten ketens.  

Wkk-centrales voorzien bepaalde wijken of clusters van gebouwen van stadsverwarming en elektriciteit. Zonne-energie op bestaande bebouwing (particulier en overheidsgebouwen) en windmolens in de haven zijn andere alternatieve energiebronnen.

Kinetische energie “oogsten” van rijdende auto’s (wind, druk, trillingen, verkeersdrempels, …) kan gebruikt worden om zelfvoorzienend te zijn wat betreft de kleine dingen (verlichting, ventilatie van tunnel, …). Het uitwerken van een smartgrid zorgt ervoor dat er geen energie verloren gaat. Restwarmte van een glazen kantoorgebouw kan afgestaan worden aan een zwembad of een school. Efficiënt.

Meer info

Bekijk de studie van Ken Dupont, DAM Architecten of like de Facebook-pagina.

<< Overzicht